Dierenkliniek Ridderkerk

"Uw dier, onze zorg"

Loading
Actueel | Onze praktijk | Lokaties en medewerkers | Infotheek | Foto's en reacties | Contact |
Laatste Nieuws | Doorverwijzingen | Nieuwsbrieven | Tarieven | Verzekeren | onze dierenkliniek en het goede doel | Werken bij onze dierenkliniek |

Nieuw op onze site...       

 


Week van het huisdier

Week van het huisdier 2012 

Van zaterdag 12 mei tot en met zondag 20 mei is het weer zover: dan is het de Week van het Huisdier.
De week waarin extra aandacht wordt geschonken aan het houden van huisdieren.

Het LICG heeft dit jaar gekozen voor het thema huisdier in het gezin. Bij maar liefst 85% van de Nederlanders met een huisdier maakt het dier echt deel uit van het gezin.  Uit diverse onderzoeken blijkt dat het houden van huisdieren gunstig kan zijn. Een huisdier vermindert bijvoorbeeld stress. Ook geeft een huisdier steun, kunnen dieren de eenzaamheid verdrijven en werken ze als een ‘sociaal smeermiddel’. Natuurlijk zitten er ook nadelen aan een huisdier. Een dier kost tijd, energie en geld. Soms ontstaan er gedragsproblemen of wordt een dier ziek.

De afweging om wel of geen huisdier te nemen is voor iedereen anders. Wie de voor- en nadelen goed wil kunnen inschatten, zal zich eerst in het dier van zijn keuze moeten verdiepen. Bijvoorbeeld door het lezen van de huisdierenbijsluiter van het dier. Of door het bekijken van de praktische informatie over het aanschaffen van huisdieren. Voor de kids zijn er super interessante spreekbeurten!

Dierenkliniek Ridderkerk doet ook mee aan De Week van het Huisdier en organiseerd daarom op woendagmiddag 16 mei tussen 13.00 uur en 16.00 uur op onze hoofdlokatie in Ridderkerk een fotomiddag. Je kan dan GRATIS een foto laten maken van je huisdier. Als je bij ons in het klantensysteem staat, zullen wij de foto ook aan de patiëntenkaart van je dier koppelen. Zo wordt de patiëntenkaart een stuk persoonlijker.

Kom gezellig langs samen met je huisdier!!!

 

Waarom en wanneer vaccineer ik mijn huisdier?

 

Waarom en wanneer vaccineer ik mijn huisdier

Inleiding

Het vaccineren of inenten tegen bepaalde ziekteverwekkers wordt voornamelijk gedaan uit het oogmerk van preventie, om te beschermen tegen die bepaalde ziekte en om verspreiding ervan tegen te gaan. We enten daarom vooral tegen virussen en bacteriën die na besmetting zonder tijdige behandeling een dodelijke afloop ten gevolge kunnen hebben.

Door het vaccineren wordt er een “immunologisch geheugen” aangemaakt. De entvloeistof bevat verzwakte of gedode ziekteverwekkers, die niet meer ziek kunnen maken, maar die het afweersysteem wel een seintje geven dat hier weerstand tegen opgebouwd moet worden. Dit wakker schudden van het immuunsysteem zorgt voor de productie van antistoffen. Komt het lichaam op een later tijdstip daadwerkelijk in contact met het bewuste virus of de bacterie waartegen gevaccineerd is, dan staat het afweersysteem direct paraat om te reageren en "terug te vechten" tegen de infectie.

Waarom moet ik mijn huisdier eigenlijk laten inenten

De meeste vaccins zijn gericht tegen virussen. Een virus is niets anders dan een stukje erfelijk materiaal met een kapsel erom. Ze hebben cellen van levende wezens, gastheren genoemd, nodig om zich in te vermenigvuldigen, waarbij die gastheercellen in de regel afsterven. Welke ziekteverschijnselen het virus veroorzaakt, en hoe ernstig deze zijn, hangt af van de plaats in het lichaam waar het virus zich het liefst in vermenigvuldigt.

Is uw huisdier eenmaal besmet besmet met een virusinfectie, dan zijn er in de regel geen specifiek tegen virusgerichte medicijnen beschikbaar om het dier te behandelen. Dit in tegenstelling tot bacteriële infecties, waarvoor antibiotica bestaan. De behandeling zal bestaan uit het onderdrukken, verlichten en het bestrijden van de symptomen, de ziekteverschijnselen die optreden ten gevolge van de virusinfectie zoals bijv. koorts, luchtwegproblemen, braken en diarree. Tevens zal geprobeerd worden het dier zo goed mogelijk te ondersteunen met bijv. het toedienen van vocht.

Een dier met een virusinfectie laat men dus uitzieken, hij moet de opgelopen virusinfectie doormaken en doorstaan. De virussen waartegen gevaccineerd wordt zijn meestal dusdanig levensbedreigend dat zelfs wanneer een dier de infectie overleeft, er levenslang restverschijnselen overblijven. Daarom is voorkomen beter dan genezen.

Hoe kan het dan dat er toch nog altijd mensen die hun huisdier niet of niet regelmatig laten inenten zonder dat hun dier ziek wordt?

In Nederland zijn gelukkig bijna alle huisdiereigenaren erg betrokken bij hun dier, zijn ze goed voorgelicht, is de levensstandaard relatief hoog, zijn er meer dan genoeg dierenartsen op kleine afstand van de woonplek, bestaan er zelfs verzekeringen voor huisdieren en bezoeken huisdiereigenaren met enige regelmaat een dierenartsenpraktijk. Hierdoor zijn bijna alle huisdieren in ons land wel goed ingeënt. De eigenaren van niet-gevaccineerde dieren profiteren dan ook eigenlijk van het goede gedrag van de meerderheid.

Desalniettemin komt het helaas maar al te vaak voor dat niet ingeënte huisdieren wel ziek worden, en soms zelfs overlijden. De kans dat een niet-gevaccineerde dier ziek wordt, hangt samen met het risico op besmetting. Omdat we in ons land meer dan 5 miljoen huisdieren hebben en we dicht op elkaar wonen, kunnen we regelmatig contact tussen onze huisdieren met andere dieren niet vermijden en is het belangrijk uw dier regelmatig te laten vaccineren.

Doordat wij onze huisdieren in ons land zo netjes en regelmatig laten vaccineren, komen de meest levensbedreigende ziektekiemen niet meer op grote schaal voor. Maar wanneer eigenaren daardoor zouden besluiten dat inenten niet meer zo belangrijk is, lopen we de kans dat in de loop der tijd het voorkomen van die ziekteverwekkers, bijv. door insleep uit het buitenland of verspreiding binnen de landsgrenzen, wederom toeneemt, met alle gevolgen van dien.

Wanneer moet ik mijn huisdier laten inenten

Om de optimale effectiviteit te halen uit de vaccinatie, is het het het beste alleen gezonde dieren te enten. Voor een goede weerstandsopbouw en een goede productie van antistoffen is het noodzakelijk dat het afweersysteem optimaal werkt. accinatie goed te laten aanslaan. Ziekte, een worminfectie en/of verkeerde voeding kunnen de vaccinatie minder goed laten aanslaan. Het is dan ook van belang om in ieder geval enkele weken voor het inenten uw huisdier te ontwormen.

Bij het inenten van zieke dieren is er, behalve de verminderde weerstandsopbouw tegen de ziekte waartegen geënt wordt, nog het risico op een zgn. entreactie. Een entreactie betekent het ontstaan van lichte ziekteverschijnselen van de ziekte waartegen geënt wordt. Omdat het afweerapparaat al druk bezig is met het overwinnen van de ziekte die het dier al onder de leden heeft, krijgen de extra ingespoten ziekteverwekkers ook een kans om aan te slaan. En dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het kan echter zijn dat uw huisdier een bepaalde aandoening die niet van invloed hoeft te zijn op de inenting, of dat uw dier een chronische aandoening heeft waartegen hij al gedurende enige tijd wordt behandeld. In dergelijke gevallen kan de dierenarts besluiten toch te vaccineren. Dit dient u met uw dierenarts te overleggen.

Na de vaccinatie bouwt het dier zelf weerstand op door middel van de vorming van antistoffen (antilichamen). Deze opgebouwde bescherming neemt in de loop van de tijd langzaam af. Het is wel zo dat geen enkele inenting 100% bescherming geeft. Er zullen altijd dieren zijn die na een inenting een minder goede weerstand opbouwen.

Bovendien is de weerstandsopbouw na vaccinatie bij verschillende ziekten niet even goed of langdurig. Er zijn inentingen die jaarlijks herhaald moeten worden (bij honden ziekte van Weil en Kennelhoest; bij katten Niesziekte), maar er bestaan ook vaccinaties die maar 1 maal in de 2 of 3 jaar gegeven hoeven te worden (bij honden Hondenziekte, Parvo, Besmettelijke Leverziekte, Rabiës; bij katten Kattenziekte).

Verder zijn er aanwijzingen dat er bij honden rasverschillen zouden kunnen bestaan. De "black and tan" rassen (zoals de Dobermann, de Rottweiler en de Duitse Herder) zouden gevoeliger zijn voor Parvo-virus dan andere rassen.

Daarnaast is het logischerwijs aan te nemen dat hele oude dieren hun weerstand minder goed op peil kunnen houden waardoor de enting minder effectief aanslaat of het risico geeft op een "entreactie".

Vanwege de omstandigheden waaronder onze huisdieren leven (bijvoorbeeld het intensieve contact met andere dieren en hun uitwerpselen) en bovengenoemde redenen, is het zinvol uw huisdieren levenslang en regelmatig te vaccineren, om de afweer op peil te houden.

Een goed begin is het halve werk

Voor een goede start wordt er begonnen met enten op jonge leeftijd. Bij hele jonge dieren is het afweersysteem nog in opbouw, maar wanneer het moederdier gevaccineerd is krijgen ze reeds in de baarmoeder via de placenta antistoffen en na de geboorte kunnen ze ook nog enige tijd via de moedermelk (biest) antistoffen opnemen via de darmen. Op deze manier zijn ze dus tijdelijk beschermd. Naarmate de tijd verstrijkt wordt het gehalte aan antistoffen in de melk minder en bovendien gaan de jonge dieren steeds minder drinken en meer vast voedsel eten. Hierdoor loopt de bescherming door maternale immuniteit af en is het tijdstip aangebroken dat de dieren zelf afweer kunnen en moeten gaan opbouwen. Voor pups is dit op een leeftijd vanaf 6 weken, voor kittens houden we een leeftijd van 9 weken aan.

Inenten op een leeftijd vroeger dan de aangegeven 6 of 9 weken kan ervoor zorgen dat de antistoffen die de jonge dieren van hun moeder gekregen hebben, reageren op de ziekteverwekkers in het vaccin en ze onschadelijk maken. Het afweersysteem van het jonge dier kan niet meer wakker worden geschud, de maternale antistoffen storen dus de eigen weerstandsopbouw na vaccinatie en het dier is niet beschermd.

De meeste jonge dieren komen voordat ze 12 weken oud zijn in contact met andere dieren, dat is voor de socialisatie namelijk heel belangrijk. Omdat niet alle dieren gezond zijn en er ook ruim gesnuffeld wordt aan elkaars ontlasting, waarin de meeste ziekteverwekkers uitgescheiden worden, is het verstandig ruim voor de 12 weken te vaccineren.

Entschema's

Entschema voor de hond:

  • 6 weken: Puppy enting ( Hondeziekte en Parvo)
  • 9 weken: Parvo/Weil enting en evt. Kennelhoest (afh. van noodzaak)
  • 12 weken: Cocktail-enting, opgebouwd uit Hondeziekte, Parvo, Weil, Paraïnfluenza en Leverziekte (HCC)
  • 1 jaar: Cocktail-enting

Hierna wordt er een alternerend entschema gevolgd. Op 2 en 3 jaar Weil en Kennelhoest, op 4 jaar de Cocktail, op 5 en 6 jaar Weil en Kennelhoest, op 7 jaar de Cocktail enzovoorts.... Voor Hondenziekte, Leverziekte en Parvo geldt nl. een beschermingsduur van 3 jaar. De bescherming tegen de ziekte van Weil moet jaarlijks, bescherming duurt maximaal een jaar.

Entschema voor de kat:

  • 9 weken: Niesziekte
  • 12 weken: Niesziekte, Kattenziekte
  • 1 jaar: Niesziekte, Kattenziekte

Hierna wordt er een alternerend entschema gevolgd. Niesziekte ieder jaar, Kattenziekte om het jaar.

Nieuw vaccin voor konijnen

 

Nieuw vaccin voor konijnen !

Recent is door de firma MSD een nieuw konijnenvaccin op de markt gebracht.
Met dit nieuwe vaccin is het mogelijk om individuele konijnen te enten op ieder willekeurig moment van het jaar. Het is een combinatievaccin dat 12 maanden bescherming biedt tegen zowel myxomatose als VHD. De bescherming is dus veel langer dan het vroegere vaccin. Konijnen kunnen vanaf 5 weken leeftijd worden gevaccineerd (ook dwergrassen).

Voor u als eigenaar houdt dit in, dat u nog maar 1x per jaar voor de vaccinatie met uw konijn(en) hoeft te komen. Ook is het niet meer nodig om voorafgaand aan de risicoperiodes te vaccineren. De enting kan dus worden gegeven op een dag die u goed uitkomt. Hiermee komen de konijnenenturen te vervallen.

Wij adviseren om uw konijn(en) het aankomend voorjaar te laten inenten aangezien de bescherming van de meeste konijnen verloopt in maart / april 2012.

 

Speciale actie tijdens het enten!

Nadat uw konijn helemaal lichamelijk nagekeken en gevaccineerd is mogen wij u eenmalig 20% korting geven op een zak Supreme Selective Konijn 1.5 kg.

Om een afspraak te maken voor de gezondheidscheck en vaccinatie kunt u contact opnemen met één van onze vestigingen.

Myxomatose:

De belangrijkste verspreiding gebeurt via stekende insecten (muggen, vliegen, vlooien) of via direct contact met besmette dieren en materialen. Omdat behandeling van de ziekte niet mogelijk is, is het voorkomen van de ziekte van groot belang.

Viraal Haemorrhagisch Syndroom(VHD):

VHD is een zeer besmettelijke en meestal dodelijke ziekte. Verspreiding gebeurt via contact met besmette dieren en/of contact met besmette uitwerpselen of urine (dit kan dus ook via het voeren van vers gesneden gras, groenten,etc.). Wassen van groenvoer is daarom aan te raden.

Hoe kun je deze ziekten voorkomen?

Probeer insecten te weren uit de hokken door het gebruik van horren of fijnmazig gaas.

  • Indien u tegen vlooien wilt behandelen kunt u advantage of stronghold gebruiken.
  • Zorg voor een goede hygiëne. Zeker als u meerdere konijnen in verschillende hokken heeft.
  • Zorg bij verdenking van myxomatose (dan ziet u zwelling bij de lichaamsopeningen, zoals de ogen en geslachtsopening) dat konijnen geen onderling contact hebben. Let er ook op dat materialen zoals voerbakken en dergelijke goed gescheiden blijven. Geef ieder konijn of konijnenpaar zijn eigen voerbak en drinkfles.
  • Voorkomen is beter dan genezen!

 

Wat zijn de kosten?

Bij het voorgaande vaccin tegen myxomatose was een aangebroken vaccinflesje geschikt voor 10 vaccinaties, maar moest dan wel binnen 2 uur worden opgemaakt. Daarom werden er speciale inent-spreekuren gehouden met de nodige drukte en lange wachttijden tot gevolg. Met het nieuwe vaccin is dit niet meer nodig aangezien er nu ieder konijn zijn eigen vaccinflesje heeft.

Voor een consult bij de dierenarts en de vaccinatie voor 1 jaar betaald u voor het eerste konijn € 37,50 en voor elk volgend konijn van dezelfde eigenaar geldt er (net als tijdens de entspreekuren) een gereduceerd tarief van € 24,50.

Tijdens deze vaccinatie wordt uw konijn (in tegenstelling met de vroegere entspreekuren) geheel lichamelijk nagekeken zoals controle van het hart en longen, gebit, nagels knippen, wegen en krijgt u indien nodig advies over gezondheid, voeding, verzorging, gedrag etc.

Juni: Chipmaand! Chip je dier voor maar 19,95euro.


Ook dit jaar staat de maand Juni weer in het teken van het chippen van huisdieren. 

Elk jaar weer raken veel dieren hun baasje kwijt.
Baasjes gaan op zoek, maar komen vaak  met lege handen terug.
Met een chip kunnen baasje en huisdier weer worden herenigd.
Dit vinden wij als dierenkliniek een heel mooi concept.
Daarom doen ook wij, Dierenkliniek Ridderkerk en dependances
in de maand Juni mee  met de chipactie die landelijk van start gaat.
Laat uw huisdier deze maand bij ons chippen voor maar €19,95  i.p.v.€ 33 euro!


Voor meer informatie kunt u hier klikken.

 

 

Maak van uw dier geen asielzoeker! Chip uw dier!

Verkerkloop 2012


VERKERKLOOP 2012

 

9 mei 2012 stond de 35e Verkerkloop op het programma. Inmiddels het grootste sportevenement van Zwijndrecht. De totale opbrengst bedroeg 25.000 euro! Bestemd voor Stichting Leergeld Drechtsteden en Energy4All.

Voor de 8e keer liep een team van Dierenkliniek Ridderkerk, dit keer bestaande uit Dries Sabbe, Sven van Haesendonck, Matthijs Nipius en Astrid van Horssen mee.
Goed voor de onderlinge sfeer, goed voor het goede doel waaraan de kliniek via sponsoring van dit team een bijdrage mocht leveren, goed ook voor de lichamelijke conditie….

Het resultaat mocht er zijn. Vooral dankzij de heren eindigde dit team op de 35e plaats. Niet gek als je bedenkt dat er 139 bedrijventeams meeliepen.

Volgend jaar ( 15 mei 2013) hopen we weer mee te doen, hopelijk weer met een mooi resultaat. Voor meer informatie, filmjes, foto’s e.d. zie www.verkerkloop.nl

 

verkerkloop 2012

 

Sterilisatie via kijkoperatie


Laparoscopishe Sterilisatie van honden!

Deze nieuwe techniek biedt veel voordelen, is minder belastend én minder pijnlijk voor de hond. Bij mensen worden heel veel operaties op deze wijze gedaan (kijkoperaties), binnen de diergeneeskunde is ook wetenschappelijk aangetoond dat honden sneller herstellen en minder pijn hebben tijdens en na een laparoscopische sterilisatie.

Het blijkt dat de dieren veel minder napijn hebben. Ten eerste door een kleiner wondoppervlak: door slechts 3 kleine sneetjes in de buik gaan we met langwerpige tangen naar binnen en verwijderen zo de eierstokken. Ten tweede hoeft er niet meer aan de eierstokken getrokken te worden om ze buiten de buik te brengen. Tijdens de laparoscopie is op een videoscherm precies te zien wat er in de buik gebeurt. Hierdoor is er een betere controle op nabloeden. Doordat de sneetjes slechts zo'n 5 millimeter zijn, is de kans op infecties minimaal, wondbreuken komen niet meer voor en de hond herstelt veel sneller. Ze hoeven niet meer rustig gehouden te worden, maar mogen de dag na de operatie, op zwemmen na, alweer alles.

Fig: eierstok van een hond

De kosten voor laparoscopisch steriliseren liggen iets hoger dan bij een sterilisatie via de normale manier. Er is namelijk specifieke (dure) apparatuur voor nodig en een opleiding door een specialist. Deze extra investering maakt de prijs in onze dierenkliniek duurder dan die van een normale sterilisatie. Wij weten echter zeker dat uw hond de voorkeur heeft voor laparoscopie.

Wij zijn er trots op dat wij deze nieuwe operatie techniek kunnen bieden. Het is de minst pijnlijke manier van steriliseren en het veiligst. En wij willen, net als u, het beste voor uw dier.

 

De voordelen op een rij:

  • Minder pijn. Slechts 3 kleine gaatjes in de buik in plaats van een grotere snede waar handen doorheen moeten kunnen. Verder minder pijn omdat niet aan de eierstokken getrokken hoeft te worden en minder manipulatie van de andere buikorganen.
  • Snellere genezing. Kleinere wondjes genezen veel sneller en met minder complicaties dan één grote wond. Een kraag of rompertje is dan ook niet nodig. Door minder napijn herstelt de hond in zijn geheel ook sneller. De dag na de operatie mag de hond weer alles, behalve zwemmen: dat mag na een weekje alweer.
  • Minder kans op infectie: doordat er geen handen meer in de buik gaan, maar slechts 3 steriele instrumenten. Verder hoeven er geen buikorganen buiten de buik te worden gebracht.
  • Veiliger: doordat de operatietijd iets korter is, en de ingreep minder pijnlijk, is een minder diepe narcose mogelijk. Daarnaast is er door de camera in de buik een beter zicht in de buik, waardoor de kans op nabloedingen minder groot is. Ook andere organen kunnen bekeken worden.

Een nadeel kan zijn, dat als tijdens de kijkoperatie blijkt dat de baarmoeder afwijkend is, we alsnog volgens de ouderwetse manier moeten opereren, omdat de baarmoeder niet door een klein gat verwijderd kan worden.

Bij grote hondenrassen kan met behulp van deze techniek ook de maag aan de buikwand worden vastgezet. Hierdoor wordt maagkanteling (maagtorsie) voorkomen. Dit kan gelijk met de sterilisatie van de teef, waardoor de hond maar één keer onder narcose hoeft.

Kunstheup

In dit fotoverslag lees je hoe de 10 maand oude Golden Retriever Max een nieuwe heup krijgt geïmplanteerd op onze kliniek.

Op vakantie met uw huisdier


Steeds meer mensen nemen hun hond of kat mee naar het buitenland. Men moet er echter wel rekening mee houden dat door veel landen eisen worden gesteld aan de invoer van uw huisdier. Sommige landen hebben hun eigen eisen. In o.a. Engeland moet uw dier minstens 7 maanden voor vertrek een rabiësvaccinatie en bloedonderzoek gehad hebben. Informeer dus tijdig bij uw dierenarts over de te treffen maatregelen. Ook kunt u informatie inwinnen bij de luchtvaartmaatschappij.

Zoekt u de actuele INVOEREISEN PER LAND? Klik dan hier

Doe mee met onze speciale "Uw huisdier mee op vakantie" fotowedstrijd en maak kans op mooie prijzen voor uw huisdier. Uw foto kunt u via een email sturen naar info@dierenkliniekridderkerk.nl of u kunt de foto,voorzien van uw gegevens, afgeven op 1 van onze vestigingen.

 

Reizen

Als gereisd gaat worden met trein of vliegtuig moet ruim van tevoren worden gekeken naar de vervoersvoorwaarden voor hond of kat. Zo moet vaak voor bepaalde modellen transportkooien worden gezorgd, en stelt een maatschappij bovendien vaak eisen aan grootte of gewicht van het huisdier. Bij vliegreizen moeten dieren soms lang van tevoren naar het ´dierenhotel´ op Schiphol worden gebracht en het kan nodig zijn om te zorgen voor kalmerende medicijnen. Tenslotte moet er rekening mee worden gehouden dat de kosten voor het meenemen van een huisdier relatief hoog kunnen zijn.

Wanneer gereisd wordt met de auto moet voor huisdieren een plek worden ingeruimd die niet alleen voldoende ruimte biedt, maar ook zo veilig mogelijk is in geval van een eventuele noodstop. Sommige dieren hebben last van wagenziekte, maar in overleg met de dierenarts kunnen daarvoor passende tabletten worden gebruikt. Het grootste directe gezondheidsrisico in de auto is echter oververhitting. Honden en katten zijn voor hun warmteregeling afhankelijk van verdamping via de tong (d.m.v. hijgen) en kunnen niet transpireren. In een kleine ruimte zoals een auto kunnen honden en katten relatief snel oververhit raken, met als ernstigste gevolg een vaak fataal aflopende hitteberoerte. Zorg dan ook voor voldoende ventilatie en laat huisdieren nooit in de auto achter, ook niet als het naar menselijke maatstaven niet zulk warm weer lijkt te zijn.

Vaccinaties en documenten

Wanneer een huisdier wordt meegenomen naar het buitenland is het verplicht om minimaal 30 dagen voor vertrek een inenting te laten geven tegen hondsdolheid (rabiës). De maximale geldigheidsduur van deze vaccinatie is 3 jaar, maar sommige landen hanteren andere termijnen.

Dierenartsen hebben de beschikking over een lijst waarop per land de invoervoorwaarden staan vermeld en het is verstandig om ruim van tevoren vast even hiernaar te informeren. Deze lijst wordt regelmatig bijgewerkt en bevat ook informatie over bijkomende invoervoorwaarden.

Zo is het voor veel landen voldoende wanneer de dierenarts de gegevens over de rabiësenting invult in het normale vaccinatiepaspoort, samen met de in dit paspoort opgenomen gezondheidsverklaring. Maar het kan ook zijn dat een extra gezondheidsverklaring nodig is die enkele dagen voor vertrek moet worden afgegeven.
Bovendien stellen sommige landen aparte eisen aan de taal waarin verklaringen gesteld moeten zijn. Voor een aantal - voornamelijk buiten Europa gelegen - landen is het noodzakelijk om inentingsbewijzen en gezondheidsverklaringen te laten legaliseren door de RVV en soms ook door het consulaat van het betreffende land. Tenslotte gelden voor o.a. Engeland, Scandinavië, Australië en Nieuw-Zeeland aparte en zeer uitgebreide procedures, waarvan onder meer invoervergunningen, bloedonderzoeken en allerlei diergeneeskundige verklaringen deel uitmaken. Indien huisdieren worden meegenomen naar een van deze landen is het verstandig om zeker een half jaar van tevoren dit al met de dierenarts te bespreken. Voor de invoereisen per land klik hier.

Dieet en medicijnen

Wanneer een hond of kat dagelijks medicijnen moet innemen of op een speciaal dieet staat moet een voldoende grote voorraad daarvan worden meegenomen. Het is lang niet altijd zeker dat dierenartsen in het buitenland over dezelfde producten beschikken. Houd ook rekening met de bewaarmogelijkheden op reis en op de vakantiebestemming: vooral afwijkende temperatuur en luchtvochtigheid kunnen de kwaliteit van medicijnen of dieet zeer negatief beïnvloeden. Neem bij twijfel dan ook contact op met de dierenarts die daarover passende adviezen kan geven. Zorg ervoor dat naam en dosering van medicijnen goed leesbaar op de verpakking staan en vraag de dierenarts eventueel om een passende vertaling zodat er bij onverwacht dierenartsbezoek in het buitenland geen misverstanden kunnen ontstaan.
Bij huisdieren met een wat uitgebreidere ziektegeschiedenis is het verstandig een korte samenvatting daarvan mee te nemen: indien mogelijk in de taal van het vakantieland maar in ieder geval in het Engels.
Tenslotte is het altijd verstandig om van tevoren met de dierenarts te overleggen of reeds bestaande aandoeningen niet zouden kunnen verergeren door het reizen of bijv. door de klimatologische omstandigheden in het land van bestemming.

Ziektepreventie

Wanneer huisdieren worden meegenomen naar het buitenland kunnen zij besmet raken met bepaalde parasitaire aandoeningen die daar inheems zijn, maar in Nederland niet aanwezig zijn. Hoewel nooit alle risico´s weggenomen kunnen worden zijn er inmiddels voor de drie belangrijkste aandoeningen die ten zuiden van ons land voorkomen redelijke tot goede preventieve mogelijkheden. Het gaat daarbij om hartworm, babesiose en leishmaniose. Het is dan ook zeer belangrijk om de benodigde en beschikbare maatregelen tijdig met de dierenarts te bespreken; een goed moment daarvoor is het bezoek i.v.m. de voor het buitenland noodzakelijke rabiësvaccinatie.

Hartworm

De belangrijkste hartworm, die luistert naar de naam Dirofilaria immitis, zorgt in Europa voor steeds meer problemen. Beneden de lijn Parijs - Milaan komt deze infectie inmiddels overal voor met de hoogste besmettingscijfers in riviergebieden als de Po-vlakte in Italië en de Rhône-delta in Frankrijk. Maar eigenlijk is geen enkel gebied in de zuideuropese landen volledig vrij van hartworm. Honden en katten raken als ze worden gestoken door bepaalde muskietensoorten besmet met de larfjes van deze hartworm. Dergelijke larfjes worden microfilariën genoemd. Binnen enkele maanden kunnen die larfjes uitgroeien tot volwassen wormen van meer dan 20 cm. lang die verblijven in het hart of in de longslagaders. Deze volwassen wormen produceren vervolgens niet alleen weer duizenden nieuwe larfjes maar zorgen ook voor ernstige klachten. Er kunnen soms wel tientallen wormen aanwezig zijn die bovendien jarenlang in leven blijven. Wanneer met bepaalde middelen geprobeerd zou worden die wormen te doden (zoals we gewend zijn te doen bij bijvoorbeeld lintwormen en spoelwormen) kunnen er gevaarlijke complicaties ontstaan. Bij het doden van hartwormen kunnen namelijk wormrestanten in de bloedbaan gaan circuleren en zo zorgen voor een levensbedreigende ´embolie´. Deze restanten lopen vast in kleinere bloedvaten waardoor de bloedvoorziening van bepaalde weefsels blokkeert en er infarcten kunnen ontstaan. Daarom geldt hier nog sterker als anders het bekende gezegde: voorkomen is beter dan genezen.

In die gebieden waar met hartwormlarfjes besmette muskieten leven is het dan ook essentieel om honden en katten preventief te behandelen. En omdat je nooit kunt voorkomen dat huisdieren worden gestoken door muskieten gebruikt men daarvoor dus middelen die er voor zorgen dat alle hartwormlarfjes die het lichaam binnenkomen meteen worden gedood voordat ze kunnen uitgroeien tot volwassen worm. Deze preventie is niet alleen belangrijk voor honden en katten die in besmette gebieden leven maar ook voor dieren die daar op vakantie met hun eigenaren naar toe gaan. En aangezien de besmetting voorkomt in veel van de meest populaire vakantiegebieden is het bijzonder makkelijk dat dierenartsen in Nederland nu de beschikking hebben over een geregistreerd middel om honden en katten veilig (en 100% effectief!) te beschermen tegen infecties met hartworm.

Het middel Stronghold (werkzame stof selamectine) is een zgn. spot-on product dat op de huid wordt toegediend en bijzonder goed wordt verdragen. Bovendien is het niet alleen werkzaam tegen de larfjes van de hartworm: het is ook een zeer effectief middel tegen o.a. vlooien, spoelwormen en bepaalde mijten. Dus wanneer Stronghold in de vakantie wordt ingezet om hartwormbesmetting te voorkomen worden hond en kat tegelijkertijd ontwormd en vlovrij gehouden. Nadere informatie is beschikbaar bij de dierenarts maar ook op www.pfizerah.nl

Babesiose

Babesiose is een bloedziekte die veroorzaakt wordt door een parasiet die in de rode bloedcellen leeft - Babesia canis. Bepaalde tekensoorten vormen de overbrenger van de infectie, zodat het risico om besmet te worden gebonden is aan het gebied waar deze besmette teken voorkomen.
Vroeger ging het daarbij alleen om het Middellandse Zee gebied, maar inmiddels heeft gestage uitbreiding naar het Noorden plaatsgevonden. De rand van het gebied ligt momenteel ongeveer ter hoogte van de Belgisch-Franse grens, maar er zijn recent ook al besmettingen gemeld die ontstaan zijn in België. Katten zijn niet gevoelig voor deze infectie, maar honden worden ernstig ziek. Er vindt een snelle bloedafbraak plaats en de urine wordt vaak rood tot roodbruin van kleur door de uitscheiding van afvalstoffen van deze bloedafbraak. Daarnaast krijgen de dieren o.a. hoge koorts. Er zijn medicijnen beschikbaar, maar desondanks is het sterfterisico groot.
Om dergelijke problemen te helpen voorkomen zijn er in grote lijnen twee mogelijkheden: tekenbestrijding en vaccinatie. Om met het laatste te beginnen: er bestaat een vaccin tegen babesiose dat ook in Nederland op de markt is. Het is echter erg duur en sommigen zetten vraagtekens bij de werkzaamheid en de veiligheid. Het kan zeker een bijdrage aan de preventie leveren maar de dierenarts beschikt over alle informatie om per geval een afweging te kunnen maken of vaccinatie al of niet zinvol is. Een goede tekenbestrijding is essentieel maar helaas niet altijd even makkelijk. Er zijn diverse middelen beschikbaar, o.a. sprays, spot-on´s en banden, de effectiviteit is niet 100%. Vooral het tempo waarin een eenmaal aangehechte teek dood gaat speelt daarbij een rol. Het duurt naar wordt aangenomen minimaal 24 uur voordat een teek na zich te hebben vastgebeten de Babesia parasiet in het lichaam van zijn slachtoffer gaat uitscheiden. Omdat niet alle teken altijd binnen die 24 uur gedood zullen worden is het belangrijk om zichtbare teken direct te verwijderen. Bij de dierenarts zijn speciale tekenpincetten verkrijgbaar waarmee een teek simpel en veilig verwijderd kan worden. Vooraf verdoven van de teek is niet nodig, en kan zelfs een risico inhouden omdat de teek als reflex extra maagdarminhoud in het lichaam van zijn slachtoffer kan spugen. Door de combinatie van een anti-tekenmiddel zoals de tekenband scalibor en het consequent verwijderen van zichtbare teken (eventueel aangevuld met een vaccinatie) kan het risico om babesiose op te lopen zeer sterk worden verkleind.
Het blijft echter aan te raden om bij verdachte symptomen direct een dierenarts te bezoeken.

Leishmaniose

Leishmaniose wordt veroorzaakt door de parasiet Leishmania donovani, een infectie die binnen Europa in toenemende mate wordt aangetroffen in de landen rond de Middellandse Zee.
Overbrengers van de parasiet zijn zandvliegjes van de soort Phlebotomus: het gebied waar dieren besmet kunnen raken is dus gebonden aan het voorkomen van deze zandvliegjes.
Honden (en soms ook mensen) zijn gevoelig voor de parasiet, bij katten worden nauwelijks problemen gezien. Het kan geruime tijd duren voordat een besmette hond daadwerkelijk verschijnselen gaat vertonen: minimaal een maand, maar soms wel vele jaren. Er bestaat een huidvorm van de ziekte en een algemene vorm. Mogelijke huidverschijnselen zijn schilfering, kaalheid, kleine korstjes en soms wat grotere knobbels in de huid. Jeuk treedt daarbij vrijwel nooit op. Bij de algemene vorm worden ook inwendige organen aangetast zoals lever, milt en nieren. Er bestaan enkele medicijnen tegen de parasiet, maar bijwerkingen komen regelmatig voor. Bovendien leidt behandeling zelden tot genezing - hoewel de problemen vaak een tijd lang onder controle gehouden kunnen worden zijn de uiteindelijke vooruitzichten slecht.
Een vaccin tegen de ziekte bestaat nog niet, dus de enige preventie is er voor te zorgen dat honden niet door zandvliegjes worden gebeten. Overdag houden deze zandvliegjes zich verscholen, maar rond zonsondergang komen zij te voorschijn; het kan dus zinvol zijn honden vanaf dat moment zo veel mogelijk binnen te houden. Daarnaast heeft de dierkliniek tekenbanden beschikbaar die ook bescherming bieden tegen zandvliegjes: Scalibor.

Hartaandoeningen en echocardiografie


Algemeen

In onze praktijk is het mogelijk om door middel van de echocardiografie verschillende hartaandoeningen te onderscheiden.

Door middel van echografisch onderzoek kan men immers een exact beeld krijgen van hoe het hart er juist uitziet. Zo kan men precies de diameter van de (voor)kamers meten, evenals de wanddiktes. Bovendien is de echografie een dynamisch iets, zodat men de beweging van het hart (contractiliteit van de hartspier, beweging van de verschillende kleppen) kan waarnemen.  Aan de hand van (kleuren)doppler is het tevens mogelijk de bloedsnelheden door de verschillende kleppen te meten, en de eventuele lekkages in beeld te brengen. Enkel na een volledig echografisch onderzoek kan men besluiten tot het al dan niet toedienen van hartmedicatie. Niet elk dier met een bijgeruis heeft immers nood aan medicatie

Hieronder een samenvatting van de meest voorkomende hartaandoeningen:

Wanneer uw dier wordt aangeboden met klachten als hoesten, bemoeilijkte/ versnelde ademhaling of verminderde uithouding, zal op basis van een grondig klinisch onderzoek (auscultatie hart en longen, palpatie pols, kleur slijmvliezen, buikpalpatie…) worden nagegaan of een echocardiografisch onderzoek nuttig is. Ook wanneer er bij een routine-controle (bvb. vaccinatie) een bijgeruis wordt gehoord, is echografische controle mogelijk.

DCM (dilatorische cardiomyopathie)

 DCM is één van de meest voorkomende hartaandoeningen bij de hond, en wordt voornamelijk beschreven bij grote rassen en reuzenrassen, zoals de Duitse dog, de Doberman, de Ierse Wolfshond en de Newfoundlander.

Bij deze rassen is de erfelijkheid van de aandoening reeds bewezen, maar aangenomen wordt dat ook bij andere rassen een genetische aanleg meespeelt in de ontwikkeling van de aandoening. Bij deze risico-rassen is het dan ook van groot belang dat de ouderdieren op regelmatige basis (jaarlijks) worden gecontroleerd, zodat ze uit de fok kunnen geweerd worden wanneer er echografisch afwijkingen aan het licht komen. In een vroeg stadium van de aandoening vertonen de dieren immers nog geen klinische symptomen, en ook door gewone auscultatie van het hart kan de aandoening in het beginstadium gemist worden. Echografisch onderzoek is daarom in het geval van DCM nog steeds het diagnostische middel bij uitstek (gouden standaard).  

Bij DCM treedt er een verminderde contractiekracht op van de hartspier, waardoor er bij iedere hartslag minder bloed wordt rondgepompt. Er blijft meer bloed achter in het hart en het ventrikel (de kamer van het hart) zal sterk vergroten. Op termijn zullen ook de voorkamers uitzetten, doordat de kleppen tussen kamers en voorkamers niet meer volledig afsluiten. Het hart probeert de verzwakte pompfunctie nog enigszins te compenseren door o.a. de hartfrequentie op te drijven (snelle hartslag, maar zwakke pols). Op een gegeven moment zullen deze compensatiemechanismen echter niet meer volstaan, en zal er “decompensatie” optreden. Omdat in de meeste gevallen de linkerzijde van het hart (eerst) wordt aangetast, vertaalt deze decompensatie zich vaak in de vorming van longoedeem. Wanneer ook de rechterzijde van het hart niet meer naar behoren functioneert, zal er eveneens een vochtophoping in de buikholte optreden, evenals oedeem op de ledematen. Aangetaste dieren hebben vaak een zeer zachte hoest, zijn kortademig, en beschikken over een zeer beperkt uithoudingsvermogen. Ook een slechte eetlust, met sterke vermagering tot gevolg wordt frequent beschreven. Bij een aantal dieren treedt plotse sterfte op. 

MITRALISENDOCARDIOSE

 Mitralisendocardiose is één van de meest voorkomende oorzaken van hartinsufficiëntie bij honden.
De aandoening komt voornamelijk voor bij oudere, kleinere honden. Zo hebben Cavaliers king charles spaniëls een erfelijke aanleg voor deze hartaandoening, maar ook bij andere rassen zoals yorkshire terriërs en poedels komt deze afwijking meer voor.

Bij mitralisendocardiose treedt er een knobbelige degeneratie op van de mitralisklep, de klep die zich bevindt tussen de linkerkamer en de linkervoorkamer. Doordat de klep knobbelig vervormt, zal ze niet meer volledig afsluiten tijdens de pompfase van het hart. Op deze manier ontstaat bij iedere pompbeweging van het hart een lekkage van de linkerkamer naar de linkervoorkamer. Hierdoor kan de linkervoorkamer, en op termijn ook de linkerkamer, sterk vergroten. Het hart zal dit door middel van talrijke mechanismen trachten te compenseren, maar ook hier kan op een gegeven moment “decompensatie” optreden, in de vorm van longoedeem.

Aangetaste dieren worden vaak aangeboden met klachten van hoesten, versnelde of bemoeilijkte ademhaling en verminderde uithouding. Ook zwaktes en vermageren worden beschreven in de eerder vergevorderde gevallen. Ook in het geval van mitralisendocardiose is echocardiografisch onderzoek een onmisbaar middel om de ernst van de aandoening na te gaan. Enkel door middel van echografie kunnen immers de klepletsels in beeld worden gebracht, en kan de mate van uitzetting van kamer en voorkamer worden gemeten. In het geval van mitralisendocardiose wordt echter vaak eveneens een radiografie van de borstkas gemaakt om zo de hoeveelheid longoedeem in beeld te brengen, evenals de druk van het hart op de luchtwegen.

HCM ( hypertrofische cardiomyopathie)

 Het meest voorkomende hartprobleem bij katten is de hypertrofische cardiomyopathie (HCM).
Bij deze aandoening ontstaat er een concentrische verdikking van de hartspier, waarbij zowel de wand van de kamer als het septum (het tussenschot tussen links en rechts) betrokken zijn.
HCM bestaat zowel in een primaire als een secundaire vorm. Bij de eerste vorm is er een probleem van de hartspier zelf, terwijl de secundaire vorm het gevolg is van een andere onderliggende aandoening zoals bvb. een hoge bloeddruk of een overactieve schildklier.

De aandoening komt vaak voor bij bepaalde raskatten (Britse korthaar, maine coon, ragdoll, …), maar ook “gewone” katten kunnen aangetast zijn. In het beginstadium van de aandoening zijn er vaak nog geen symptomen aanwezig, en ook de hartauscultatie kan bij aangetaste dieren volledig normaal zijn. Daarom is het aangewezen om ouderdieren vóór de fok reeds echografisch te laten testen op HCM. Echografisch onderzoek is immers dé methode bij uitstek om HCM te diagnostiseren. Men kan hiermee immers perfect de diktes van de spierwanden meten, hetgeen niet mogelijk is bij een radiografie van de borstkas.

De echografische controle dient jaarlijks te gebeuren, aangezien HCM zich tevens op latere leeftijd kan ontwikkelen. Eén negatieve controle sluit een latere ontwikkeling van HCM dus niet uit! Voor een beperkt aantal rassen (Maine Coon en Ragdoll) zijn er momenteel ook DNA-testen ontwikkeld om te testen op HCM. Deze testen echter maar welbepaalde genen die verantwoordelijk kunnen zijn voor de ontwikkeling van HCM. Een negatief resultaat voor deze HCM-DNA-test betekent daarom helaas niet dat de kat geen HCM kan ontwikkelen via een ander gen, dat niet getest kan worden. Echografisch onderzoek blijft daarom aangewezen. Wanneer een kat positief test op HCM is het, uit dierwelzijnsoverwegingen, aan te raden om het dier te weren uit de fokkerij. Enkel door een dergelijke manier van fokken, is het mogelijk om bepaalde lijnen op termijn HCM-vrij te krijgen. In een latere fase kan de verdikking van de hartspier aanleiding geven tot een uitzetting van de linker voorkamer, hetgeen resulteert in de klassieke symptomen van hartfalen zoals longoedeem en vrij vocht in de borstkas. Ook kunnen er bloedstolsels gevormd worden (klonters), die in sommige gevallen aanleiding geven tot een acute en zeer pijnlijke verlamming van vnl. de achterpoten. In een aantal gevallen treedt plotse sterfte op. Sommige mild aangetaste dieren kennen daarentegen tegen een normale levensduur en levenskwaliteit.

AORTASTENOSE

Aortastenose is een aandoening die vaak gezien wordt bij oa. newfoundlanders, golden retrievers, boxers, bull terriërs en rotweilers. Ook andere rassen kunnen aangetast zijn. Bij een aortastenose treedt een vernauwing op van de grote slagader in het lichaam, de aorta. Doordat de aorta vernauwd is, moet het bloed een grotere weerstand overwinnen bij het verlaten van het hart. De hartspier van de linkerkamer zal hierdoor meer moeite hebben om het bloed rond te pompen, waardoor de spierwand uiteindelijk verdikt. De graad van verdikking hangt echter af van de ergheid van de obstructie in de aorta. Aortastenose bestaat immers in verschillende gradaties, die ook elk een zeer verschillende prognose hebben. Zo kunnen honden met een milde vorm van stenose een normale levensduur en –kwaliteit kennen, terwijl dieren met een erge stenose reeds op jonge leeftijd (plots) sterven. Enkel dmv echografisch onderzoek (doppler) kan de ernst van de aandoening bepaald worden. Met doppler-onderzoek kan de snelheid en de drukgradiënt in de aorta gemeten worden, en kan de graad van de stenose (mild-matig-ernstig) bepaald worden. Ook de letsels thv de aorta, evenals de dikte van de spierwanden kunnen echografisch in beeld worden gebracht. In milde gevallen van aortastenose is behandeling meestal niet noodzakelijk. Bij ergere gevallen is de therapie voornamelijk gericht is op het verminderen van inspanningsintolerantie en syncopes (“flauwvallen”), en op het voorkomen van plotse sterfte.  

PULMONALISSTENOSE

Pulmonalisstenose is een aandoening die gezien wordt bij oa. beagles, Engelse bulldoggen, chihuahua’s, mastiffs en Amerikaanse cocker spaniëls. Ook andere rassen kunnen aangetast zijn. Bij pulmonalisstenose treedt er een vernauwing op van de A. Pulmonalis, de slagader die het bloed naar de longen transporteert. Doordat de A. pulmonalis vernauwd is, moet het bloed een grotere weerstand overwinnen bij het verlaten van de rechterzijde van het hart. De hartspier van de rechterkamer zal hierdoor meer moeite hebben om het bloed naar de longen te pompen, waardoor de spierwand uiteindelijk verdikt. De graad van verdikking hangt af van de ergheid van de obstructie in de A. pulmonalis.  Net als bij aortastenose kan men pulmonalisstenose indelen verschillende gradaties, die ook hier weer een erg uiteenlopende prognose hebben. Zo hebben honden met een milde vorm van stenose meestal een normale levensverwachting, waarbij ook de levenskwaliteit niet in het gedrang komt. Bij erg aangetaste dieren kan echter plotse sterfte optreden. Enkel dmv echografisch onderzoek (doppler) kan de ernst van de aandoening bepaald worden. Met doppler-onderzoek kan de snelheid en de drukgradiënt in de A. pulmonalis gemeten worden, en kan de graad van de stenose (mild-matig-ernstig) bepaald worden. Ook de letsels thv de A. pulmonalis, evenals de dikte van de spierwanden kunnen echografisch in beeld worden gebracht. In milde gevallen van pulmonalisstenose is behandeling meestal niet noodzakelijk. Bij ergere gevallen is de therapie voornamelijk gericht is op het voorkomen van plotse sterfte. Bij pulmonalisstenose is tevens een ballondilatatie mogelijk, waardoor men de vernauwing in het betreffende bloedvat chirurgisch tracht op te heffen.

 

 

Uw huisdier verzekeren


Wilt u meer weten over het verzekeren van uw huisdier? Hieronder volgt een informatief filmpje over het verzekeren van je huisdier. Download hier uw kortingscheque van € 10,- en stuur 'm op naar Proteq Dier & Zorg

 

 

Vachtverzorging


Heeft uw kat ook last van klitten, vervilting en/of veel haarverlies?

Dierenkliniek Ridderkerk wil u graag van deze nieuwe service voorzien met een team van gediplomeerde kattentrimsters  

Zo kunnen we uw  kat ontwollen, plukken, scheren en ontdoen van  klitten  (met of zonder sedatie).

 

Daarnaast kunnen wij u ook deskundig advies geven over de vachtverzorging  van uw kat!

 

Tijd: Op afspraak

Prijs: vanaf 45 euro (excl. eventuele sedatie)

Afspraak: telefonisch of bij de assistente aan de balie      

Puppy Party


Heeft u voor het eerst een puppy? 
Jaren geleden een pup gehad?

Ook zoveel vragen tijdens de opvoeding van uw pup? 


Zo ja, dan bent u bij Dierenkliniek Ridderkerk aan het goede adres.
Wij houden één keer per 6 weken de  gratis puppyparty!

De puppyparty is een informatieochtend met daarin een een presentatie over de diverse gezondheidsaspecten en opvoeding van uw pup.
Bij deze ochtend is uw puppy ook van harte welkom en hij/zij zou wel eens een onderdeel van de presentatie kunnen worden!! Hij of zij moet hiervoor alleen wel twee entingen hebben gehad , gezond zijn en een leeftijd hebben tussen de 10 en 16 weken oud .

Tijdens de voorlichting bent u als gast natuurlijk in de gelegenheid om al uw vragen te stellen aan de paraveterinair. Als afsluiting krijgt u een tasje met informatie en enkele aardigheidjes mee naar huis!

Voor informatie over de eerstvolgende puppyparty of voor het maken van een afspraak voor een van onze puppyparty´s kunt u bellen op werkdagen tussen 8:00 uur en 17:00 uur naar 0180-425253. Het belooft een gezellige en informatieve ochtend te worden!

 

Wat komt er aan bod?

De aanschaf van een pup

Als u overweegt een rashond te kopen is het verstandig u van tevoren te laten informeren over eventueel voorkomende erfelijke afwijkingen die er bij het bewuste ras voorkomen (bv. heupdysplasie of oogafwijkingen). U kunt hiervoor terecht bij de rasvereniging of de dierenarts.

Als u een pup uit gaat zoeken is het belangrijk dat uw eerste indruk goed is. De pups moeten actief en vrolijk zijn. Als u met de pups speelt mogen ze niet angstig reageren. Eventueel kunt u vragen of het mogelijk is om de ouders van uw pup te mogen zien. 

Entingen

Als de pup 6 weken oud is, moet hij geënt worden. Dit wordt echter meestal bij de fokker gedaan, zodat de pup al één enting gehad heeft als u hem/haar ophaalt.
Op de leeftijd van 9 weken moet de pup geënt worden tegen Parvo en ziekte van Weil. Om de bescherming compleet te maken wordt er op 12 weken leeftijd nog een keer geënt tegen hondeziekte, hepatitis, parvo en ziekte van Weil, dit is de zogenaamde "cocktailenting". Is uw pup eenmaal bij ons geënt, dan krijgt u automatisch bericht voor de herhalingsenting. Bij elke enting wordt er een volledig lichamelijk onderzoek verricht en wordt het dierenpaspoort ingevuld.

Eventueel aanvullend kan er gekozen worden voor de kennelhoest enting (verplicht voor hondenscholen en pensions) en voor naar het buitenland de rabiësenting (hondsdolheid).

Ontwormen

Bijna alle pups zijn door hun moeder (in de baarmoeder en/of via de moedermelk) besmet met spoelwormen. Daarom moeten ze op jonge leeftijd al regelmatig ontwormd worden. Een goed ontwormschema is:

  • Als puppy op 2, 4, 6 en 8 weken leeftijd
  • Daarna maandelijks tot 6 maanden leeftijd
  • Vervolgens 4x per jaar

Voeding

Er is speciaal puppyvoer in de handel. U kunt er vanuit gaan dat voedsel van de betere fabrikanten alles bevat wat uw pup nodig heeft. Het geven van extra kalk aan jonge opgroeiende honden is dus niet nodig. Het kan zelfs schade veroorzaken aan de gewrichten! Tot een leeftijd van 3 maanden kunt u de pup het beste 3 a 4 x daags voeren en rond 6 maanden leeftijd naar 2 x daags voeren. Dit kan levenslang worden aangehouden.

Opvoeding

De hond is van nature een roedeldier. Wanneer hij in een gezin terechtkomt gaat hij de huisgenoten als roedel zien. Hij heeft de behoefte aan een duidelijke baas, een leider. Op 3-4 maanden leeftijd gaat de hond zijn rangorde in de roedel gaat bepalen. Leer hem dus spelenderwijs, maar consequent van jongs af aan de regels waar hij zich aan heeft te houden.
Na de enting op 9 weken kunt u met de pup op puppycursus gaan. Hier wordt u en uw hond op spelenderwijs de basisprincipes van de hondenopvoeding geleerd. De meeste honden gaan er met veel plezier naar toe.
Informeer gerust bij meerdere hondenscholen om te kijken welke het best bij u en uw hond past.

 

 

 

 

                                         

© 2010 Webstudio88 | Dierenkliniek Ridderkerk BV - Spoednummer 06 27435414 - E-Mail Inloggen | Algemene voorwaarden | Huisregels